Elke nacht slapen er kinderen op straat in Brussel. Minister Van Bossuyt beweert: “Ze kiezen er zelf voor om op straat te leven.” Maar dit is géén keuze — het is het gevolg van politieke beslissingen die kinderen dakloos maken.
BelRefugees, Vluchtelingenwerk Vlaanderen, de Humanitaire Hub en een breed netwerk van organisaties slaan alarm: elke dag op straat is er één te veel. Toch blijft een oplossing vanuit de federale overheid uit. Intussen zoeken gezinnen wanhopig naar een tijdelijke slaapplaats, terwijl de federale machine dakloosheid blijft produceren. Politiek blijft het stil. Mensen die eerder opvang kregen, worden opnieuw op straat gezet; anderen worden geweigerd, terwijl er voldoende plaatsen beschikbaar zijn.
Daarom opent House of Compassion in de Begijnhofkerk — al jaren een plek van strijd voor de rechten van mensen zonder papieren — tijdelijk haar deuren. Drie gezinnen met jonge kinderen krijgen er onderdak, in afwachting van een plek bij gastgezinnen. Dit is geen duurzame oplossing, maar wel beter dan de straat. Het biedt een beetje veiligheid en ademruimte.
Geneviève Frère, coördinator van House of Compassion, zegt : « Wanneer de Begijnhofkerk haar deuren opent, betekent dat dat we in een crisissituatie verkeren. Deze plek is bijzonder symbolisch. »
Dit is geen louter humanitaire daad, geen nieuwe bezetting van het Begijnhof. Het is een politieke en burgerlijke actie, in dienst van gerechtigheid. We kunnen niet alle gezinnen opvangen, maar we weigeren nog langer passief toe te kijken.
Priester Daniel Alliet verklaart : « Zoals we enkele jaren geleden de strijd voerden voor :”Een kind sluit je niet op. Punt, Zo moeten we nu strijden voor :”Een kind zet je niet op straat”. En daar willen we dan ook onze kerk even voor open stellen ! »
De gezinnen die we tijdelijk opvangen, zijn erkende vluchtelingen in Griekenland. Daar werden ze door de overheid aan hun lot overgelaten, in omstandigheden van georganiseerde uitsluiting. 89% van de erkende vluchtelingen in Griekenland leeft onder de armoedegrens. Gezinnen worden verbannen naar precaire kampen, vaak zonder stromend water, elektriciteit of privacy. Kinderen hebben er geen toegang tot onderwijs of gezondheidszorg. Wachten op de nodige papieren om te kunnen werken duurt er eindeloos. Dit is geen leven, maar een doodlopende weg.
Daarom kwamen ze naar België, op zoek naar menswaardige opvang. Maar ook hier weigert Fedasil hen onderdak, omdat ze al bescherming zouden hebben in Griekenland. Die zogenaamde bescherming bestaat enkel op papier. In werkelijkheid worden gezinnen gedwongen te kiezen tussen slapen op straat in Athene of slapen op straat in Brussel. Dat is geen keuze. Dat is institutioneel geweld.
Door hen niet op te vangen, draagt België bij aan dezelfde uitsluitingslogica. Het zijn politieke keuzes — in Griekenland én in België — die kinderen dakloos maken.












